|
|
|
'Tussen
Goot en Geluk' - Een film van ex-daklozen Op
initiatief van de Initiatiefgroep Drenthe kwamen op maandag 21 januari 2008 een
veertigtal mensen uit onder andere WMO-raden, gemeenten en maatschappelijke
opvang bijeen om te kijken naar de film ‘Tussen
Goot en Geluk’ en te discussiëren over dakloosheid.
De
zeer indringende film laat ziet wat er tussen het leven op straat en het
uiteindelijke geluk zit, welke ideeën en toekomstwensen (ex-)daklozen hebben en
hoe je deze wensen kunt vervullen. Niet langer dakloos vertelden vijf
ex-daklozen door middel van interviews en zelf nagespeelde flashbacks zeer
openhartig over hun leven waarin zij veel hindernissen zijn tegengekomen. De
hoofdrolspeler interviewden elkaar, hanteerden soms zelf de camera en monteerden
mede het eindproduct. De
film is een film van Stichting Het Kruispunt Nijmegen (straatpastoraat), onder
regie van Daan van der Brugge.
Onder leiding van Cor Bras, voorzitter van de Initiatiefgroep, werd de indrukwekkende film gevolgd door een discussie waarin de ex-daklozen uit Nijmegen zelf ook een rol speelden. Zij gaven antwoord op vragen en droegen tips aan. Hieronder volgt een beeld van het besprokene en de tips: Hoe treed je in contact met een dakloze? Veel mensen kijken neer op daklozen en zijn van mening dat dakloosheid in een land als Nederland niet nodig is en dat de dakloze dat aan zichzelf te danken heeft. Er zijn echter genoeg voorbeelden van mensen voor wie dat niet opgaat. Als voorbeeld wordt genoemd de ex-dakloze die verslaafd geboren is en daarna als kind verslaafd gehouden werd. Pas toen hij zelf vader werd, vond hij de kracht om de stap te zetten om van zijn verslaving af te komen. Een
dakloze benader je het beste wanneer men zich realiseert dat de dakloze niets
minder waard is. Wanneer jij je realiseert dat het iedereen kan overkomen en
wanneer je duidelijk laat zien dat de dakloze niet minder is. Veel
daklozen zijn beschadigd door wat hen door anderen is aangedaan, vaak al in de
jeugd. Is dat te voorkomen? Preventie is belangrijk en kan heel divers zijn. In het onderwijs bijvoorbeeld zouden kleinere klassen en individuele aandacht meehelpen om problemen te signaleren. Ook is het belangrijk dat kinderen die misbruikt zijn gekend worden, dat hun verhaal gehoord en verwerkt kan worden. Dit is belangrijk voor het herstel. Hier ligt een taak voor de verschillende betrokkenen. Maar dan nog is het niet voor iedereen te voorkomen dat hij of zij verder beschadigd wordt. Aan de andere kant moeten jongeren ook de ruimte krijgen om hun weg te vinden. Het stramien van huisje, boompje, beestje past niet iedereen op jonge leeftijd. Velen komen er pas later achter dat dit toch wel van hoge waarde is in het leven van een mens, zoals ook uit de film blijkt. Toch is het leerzaam als mensen zelf de ruimte krijgen om dat te ontdekken. Uit de film blijkt
dat men pas openstaat voor hulpverlening wanneer men geholpen wil worden. Maar
wat kun je dan doen voor de mensen in de goot? Het is belangrijk
de dakloze mensen blijvend op te zoeken en hen te vragen wat zij zelf willen.
Zij zullen het antwoord aanvankelijk niet weten maar je moet ze van alles
blijven bieden. Daarbij moet men ruimer denken dan alleen aan de geijkte zaken.
Ook moeten de daklozen zelf de ruimte krijgen om dingen te kunnen doen:
bijvoorbeeld zelf de nachtopvang met elkaar regelen, een film maken,
schilderijen maken en exposeren en veilen. Dat geeft de mensen een gevoel van
eigenwaarde. Men moet er ook
rekening mee houden dat de daklozen vrijwel altijd weer terugvallen in hun
situatie. Beleidsmakers raken dan het vertrouwen in die persoon kwijt.
Belangrijk is echter dat beleidsmakers en hulpverleners zich bedenken dat de
mensen in de goot alle vertrouwen in de samenleving hebben verloren. Daarom is
het belangrijk hen vertrouwen te geven – ook wanneer ze terugvallen – zodat
ze zelf weer vertrouwen kunnen opbouwen. Dagbesteding is erg
belangrijk. Genoemd wordt het project Dagloon waarbij 200 daklozen staan
ingeschreven om 2 dagen per week te werken. Zij worden hiervoor niet gekort op
de uitkering. De meeste van hen vinden het werk zo prettig dat zij meer dan 2
dagen per week komen werken. Ook in het werk staat voorop dat de mensen in hun
waarde worden gelaten. Samenwerking is van
belang Soms gebeurt er pas
iets wat wanneer men iets drastisch onderneemt. Zo hebben de daklozen in
Nijmegen 12 jaar geleden de bioscoop gekraakt. Binnen korte tijd zaten zij met
de burgemeester om tafel en was er eindelijk aandacht voor de problemen van
daklozen. Er is daarna een goede samenwerking ontstaan tussen beleidsmakers,
politie, politiek, en dergelijke. De daklozen hebben ook een pand aangeboden
gekregen waar zij in zelfbeheer (via het project Zelfbeheer) de daklozenopvang
regelen. Binnen de
geestelijke gezondheidszorg dringt steeds meer door dat psychiatrie,
maatschappelijke opvang en verslavingszorg vaak nauw samenhangen met elkaar.
Mensen met psychiatrische problematiek of met een verslaving lopen immers de
kans dakloos te worden. Bij het aanbieden
van zorg zijn de menselijke maat en individuele waarde belangrijke aspecten, die
niet vergeten mogen worden. Zinloos beleid Het is niet zinvol
om daklozen op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening een boete te
geven; sommigen krijgen er wel 10 per dag. Zij kunnen deze echter niet betalen
en moeten dan naar de gevangenis. Gevolg is dat de gevangenissen vol zitten. Het
is beter wanneer organisaties met elkaar en de daklozen zoeken naar structuur
voor de daklozen want dat is wat zij nodig hebben. Structuur in de stad en niet
ergens ver weg op de hei. Nazorg moet! Wanneer ex-daklozen
eenmaal een woning hebben, is het belangrijk dat zij ondersteund worden in tal
van zaken. Zoals het aflossen van schulden, budgetbeheer, etc. Gebeurt dit niet,
dan zullen zij weer gauw in een hopeloze situatie vervallen. Immers, alle
openstaande rekeningen van lange tijd komen dan weer op het adres van de
ex-dakloze terecht. Eén van de
‘filmmakers’ is bezig met een juridisch lekenspreekuur waarin hij
ex-daklozen ondersteunt in hun onderhoud met de deurwaarder en o.a. helpt bij
het schrijven van brieven aan de huiseigenaar. Om terugval te
voorkomen is het belangrijk dat er andere mensen om de ex-daklozen heen staan. Ook is het
belangrijk dat de buurtbewoners goed geďnformeerd zijn over hun nieuwe buren
zodat zij niet achterdochtig en afhoudend tegenover hen zullen staan. In
Hoogeveen is gebleken dat deze aanpak werkt. 3 belangrijke
regels Drie regels zijn
van belang om een dakloze weer aan de maatschappij te laten meedoen: -
stimuleren: vragen wat ze willen en met
hen de mogelijkheden hiervoor ontwikkelen -
inspireren: laten zien dat anderen het
ook gered hebben -
ondersteunen: blijvend faciliteiten
bieden Wanneer deze 3
regels gevolgd worden, zal de structuur in het leven van een dakloze groeien. Conclusie: het
‘sleutelwoord’ in de daklozenproblematiek = een vorm van structuur, welke
niet voor iedereen hetzelfde hoeft te zijn. Advies aan
WMO-raden WMO-raden mogen de
wethouder er op aanspreken dat er goed beleid wordt gemaakt op het onderdeel
maatschappelijke opvang. Daarbij zou de WMO-raad de gemeente moeten adviseren om
ruimte te geven aan eigen initiatieven en deze de nodige financiering te bieden.
Knelpunt bij het
ontwikkelen van beleid is dat gemeenten vaak geen zicht hebben op het aantal
dak- en thuislozen. Het aantal daklozen is vaak wel in beeld omdat die gebruik
maken van het postadres bij de opvang. Maar op het aantal thuislozen (mensen die
geen thuis maar wel een dak bij familie of vrienden hebben) is vaak geen zicht.
Als tip geven de aanwezige filmmakers mee deze mensen op te zoeken op plaatsen
waar dak- en thuislozen met elkaar rondhangen. Gemeenten moeten
actief preventief beleid voeren om huisuitzetting te voorkomen. Huisuitzetting
kan namelijk het begin zijn van dakloosheid. Signalen als het niet-betalen van
de huur zijn daarom belangrijk en moeten opgepakt worden.
Voor informatie over het Project Zelfbeheer: www.nunn.nl |
|
[bottom.htm] |