|
Gedichten |
IN HET GEDICHT
De wanden zijn wit en de psychiaters
verdacht vriendelijk. Er is hoop
op genezing, maar ik heb nog niemand
zien weggaan, of hij kwam weer terug.
Dagen dat ik op weg naar mijn eigen kamer
verdwaal wisselen zich met dagen
waarop ik de wereld doorschouw als een kristal.
Soms word ik krijsend wakker.
Soms word ik afgevoerd en verdoofd,
soms vastgebonden.
Er zijn momenten waarop ik eeuwenlang
mijmerend volmaakt gelukkig ben:
wanneer ik mijn handen op de aarde leg
zijn het kleine handen.
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
uit Verzamelde gedichten (1981) van
Jotie T'Hooft (1956-1977)
|
Reageren
op dit gedicht? Klik dan hier.
Hieronder lees je de ingezonden reacties. |